Kritiek op het boek God, wetenschap en bewijzen: Een rationele ontmanteling van een religieuze boodschap vermomd als wetenschap
Wanneer iemand zich fanatiek vastklampt aan een overtuiging of ideologie, verliest hij geleidelijk zijn vermogen om objectief te redeneren. Feiten worden verdraaid om een vooropgesteld geloof te bevestigen, terwijl logica en kritisch denken worden opgeofferd. Dit gebeurt niet alleen in religieuze samenlevingen, maar ook in bepaalde intellectuele kringen in het Westen. Een treffend voorbeeld is het boek God, wetenschap en bewijzen, dat in Frankrijk groots gepromoot werd als een wetenschappelijk en neutraal werk, terwijl het in werkelijkheid een religieus pamflet is, verpakt in wetenschappelijke taal.
Het boek werd op 13 oktober 2021 uitgegeven door Guy Trédaniel Editions en geschreven door Olivier Bonnassies en Michel-Yves Bolloré. Het telt 532 pagina’s en is verdeeld in twee delen: het eerste richt zich op zogenaamde ‘wetenschappelijke bewijzen’ uit de kosmologie en biologie; het tweede behandelt filosofische, logische en historische argumenten, en bespreekt zogenaamd onverklaarbare verschijnselen of ‘wonderen’.
Wat mij ertoe bracht dit specifieke boek te bekritiseren, is niet alleen de inhoud, maar ook de manier waarop het wordt gepresenteerd en gebruikt – vooral door religieuze groeperingen die het onmiddellijk bestempelden als ‘wetenschappelijk bewijs’ voor het bestaan van God. In de Arabische wereld wordt het al ingezet als bewijs voor het bestaan van de islamitische God, terwijl het boek expliciet een joods-christelijk godsbeeld promoot, gebaseerd op bijbelse en evangelische concepten.
De mediacampagne rond de publicatie van het boek was gigantisch. Vijf dagen voor de verschijning wijdde Le Figaro – een van de grootste Franse kranten – zijn voorpagina aan het boek, met een artikel geschreven door Charles Jaigu. De promotieslogan was provocerend en verleidelijk: “De wetenschap bewijst het bestaan van God.” Dit trok uiteraard de aandacht van religieuze lezers die op zoek zijn naar intellectuele rechtvaardiging van hun geloof. Achter deze campagne stond Michel-Yves Bolloré, een invloedrijke zakenman die ook het project financierde.
Het boek beweert neutraal en wetenschappelijk te zijn, maar een grondige lezing laat iets anders zien. Olivier Bonnassies is niet zomaar een christen – hij is een actieve katholieke missionaris, beheert een christelijke website in Israël en is betrokken bij evangelisatie. Bolloré is geen wetenschapper, maar een investeerder. Het is dus duidelijk dat het boek niet tot doel heeft een objectieve zoektocht naar waarheid te bieden, maar eerder een specifieke religieuze overtuiging te promoten.
Ook de uitgeverij speelt een belangrijke rol. Guy Trédaniel Editions staat bekend om boeken over esoterie, oosterse spiritualiteit, pseudowetenschap, mystieke zelfontwikkeling en paranormale onderwerpen. Het is geen wetenschappelijke uitgeverij, en het is onwaarschijnlijk dat een echt academisch werk over natuurkunde of biologie daar zou worden gepubliceerd zonder hun geloofwaardigheid te schaden.
Een ander misleidend element is de naam van Robert Wilson, Nobelprijswinnaar in de natuurkunde, die als voorwoordschrijver wordt gepresenteerd. Dit wekt vertrouwen bij lezers zonder wetenschappelijke achtergrond. Maar als men zijn tekst leest, blijkt dat hij zich enkel beperkt tot de kosmologische gegevens en géén uitspraken doet over het bestaan van God. Later verklaarde hij in een Frans tijdschrift zelfs dat hij spijt had van zijn medewerking aan het boek, omdat hij slechts een deel ervan had gelezen en niet wist wat het volledige doel ervan was.
De titel van het boek suggereert dat het gebaseerd is op ‘bewijzen’, maar de zogenaamde bewijzen zijn grotendeels retorische trucs, drogredenen en metafysische aannames die wetenschappelijk klinken maar inhoudelijk zwak zijn. Zo stellen de auteurs bijvoorbeeld dat het waargenomen ‘warmtedoodscenario’ van het universum bewijst dat het een begin moet hebben gehad – en dus een Schepper. Maar dit is geen wetenschappelijk sluitende conclusie. De expansie of entropie van het universum bewijst helemaal niets over een goddelijke wil.
De auteurs negeren alternatieve kosmologische modellen zoals het multiversum, het ‘Big Bounce’-model of cyclische kosmologieën, omdat die hun centrale boodschap ondermijnen. Ze selecteren enkel theorieën die hun religieuze doel ondersteunen: aantonen dat de wereld werd geschapen door een persoonlijke God – namelijk de joods-christelijke God.
Wat nog schrijnender is: religieuze predikers in de Arabische wereld gebruiken het boek nu om het bestaan van de islamitische God te bewijzen – terwijl het boek de islam niet eens erkent. Het is volledig gericht op het promoten van een christelijke theologie, met nadruk op de incarnatie en de bijbelse openbaring. Maar deze passages worden weggelaten wanneer men het boek in islamitische context gebruikt.
In feite is God, wetenschap en bewijzen geen wetenschappelijk boek, en zeker geen neutraal werk. Het gebruikt wetenschappelijke termen op oppervlakkige wijze om een religieus verhaal te ondersteunen. Het spreekt tot lezers die weinig kennis hebben van natuurkunde of kosmologie, en daarom vatbaar zijn voor semiwetenschappelijke misleiding.
In samenlevingen waar het verschil tussen wetenschap en geloof vaak vaag is, kan een boek als dit veel schade aanrichten. Het voorziet religieus gedachtegoed van een schijnbaar rationeel masker – maar onder dat masker schuilt gewoon een oude dogmatiek in een nieuwe verpakking.
Samenvattend: dit boek is geen zoektocht naar waarheid. Het is een poging om geloof een wetenschappelijk sausje te geven. Het is een werk dat begint met een vaststaande conclusie – “God bestaat” – en vervolgens ‘bewijzen’ zoekt die daarbij passen. Dat is geen wetenschap, maar intellectuele manipulatie.
En het ergste is: veel mensen vinden dit overtuigend. Niet omdat het waar is, maar omdat het hen geruststelt in wat ze toch al wilden geloven.
